De Mechelse Herder is een waakzame en actieve hond. Naast zijn aangeboren geschiktheid als bewaker van de kudde beschikt hij over de eigenschappen van waakhond voor huis en erf. Deze hond leert snel, maar heeft wel een baas nodig die de touwtjes strak in de handen houdt. Hij kan anders wat dominant worden. Verder is hij werkwillig, heeft een groot uithoudingsvermogen en is temperamentvol en intelligent. De Mechelse Herder haalt een bijtkracht van 390 kg/cm2.
De Mechelse Herder is als waakhond, verdedigingshond, gezinshond, sporthond en politehond te gebruiken. Ook het Amerikaanse leger gebruikt dit ras om onder andere explosieven op te sporen.
De Mechelse Herder luistert vaak naar de naam: Bob, Raymond, Zeus, Tarzan, Tessa, Tweety en Herman. Bij het roepen van de Mechelse Herder hebben deze namen dan ook de voorkeur boven Wodan, Gerrit, Konijntje, Radko en Snuitje.
De kortharige herdershond, ook wel de kortharige scheper genoemd, kwam in zijn beste vorm rond de vorige eeuwwisseling voor in de Antwerpse Kempen, het gebied in de richting van de Nederlandse grens en verder in Noord-Brabant. Ze waren gewoonlijk in het bezit van de boeren waarvoor ze nog dagelijks hun belangrijke taken uitvoerden. Deze honden bleken aardig gelijk van vorm en ze werden door prof. Reul omschreven als: 'Ze hebben de grootte van een vos of wolf, zijn kortharig en van vaal gestroomde kleur; hun oren zijn bewonderenswaardig recht, fijn en spits, en open naar voren gedragen. Andere kenmerken zijn de puntige snuit, de pikzwarte neus, de goed gedragen staart, bijna waterpas maar licht hoger aan het uiteinde en behaard in vorm van een korenaar'.
Mede op advies van prof. Reul werd in Mechelen met behulp van enige liefhebbers in 1898 de 'Mechelse Club tot Verbetering van den Kortharigen Schaapshond' opgericht. Deze Mechelse Club werd een afdeling van de Club du Chien de Berger Belge'. Het doel was te komen tot een verbetering van de typen van de kortharige Belgische Herdershond, zoals die met name in de omgeving van de stad Mechelen werd gefokt.
Tot het jaar 1899 werden de Belgische Herdershonden in de eerder genoemde drie groepen onderverdeeld, namelijk lang-, ruw- en kortharen, waarbij de kleur van de hond geen enkele rol speelde. In 1899 werd door de Club du Chien de Berger Belge een eenzijdige beslissing genomen over de verdeling van de haarkleur, zonder dat daarin de Mechelse Club was gekend. Men stelde voor de drie variëteiten de volgende kleuren vast: zwart voor de langharige, peper en zout voor de ruwharige, en leeuwkleurig (fauve charbonné) met zwart masker voor de kortharige. de Mechelse Club betitelde deze beslissing van de hoofdvereniging als een soort van staatsgreep', want men had een heel andere opvatting over de kortharige herdershond.
Voor alles moesten hun honden namelijk werkhonden zijn. Niet het uiterlijk van de hond was bepalend, zo stelden ze, maar de combinatie van uiterlijk en innerlijk. Ze gaven de voorkeur aan goed afgerichte honden, die bovendien goed gebouwd waren en een 'gaaf en slim voorkomen' hadden. De kleur van de hond was voor hen slechts bijzaak. Men wilde ten koste van alles voorkomen dat de Mechelaar zou vervallen tot een soort luxehond en dat het ras zijn geweldige karakter zou verliezen.
MECHELSE Herder (canis familiaris)
Mechelse herder bijt jogger vijftien keer
VRIJDAG 13 AUGUSTUS 2010
LIER - Rudy Gevaert werd tijdens zijn dagelijkse rondjes lopen brutaal aangevallen door een hond. Hij werd maar liefst vijftien keer gebeten.
Rudy werkt als brandweerman bij Agfa Gevaert in Mortsel. 'Vroeger konden wij sporten en fitnessen in de fabriek, maar sinds we die mogelijkheid niet meer hebben onderhoud ik mijn conditie door rondjes te lopen aan het Fort hier om de hoek', zegt hij. 'Toen ik rond 12.30uur na mijn derde rondje terug naar mijn auto stapte, zag ik een hond op mij afstormen. Omdat hij naar mijn keel sprong, beschermde ik mijn gezicht met beide armen. De hond bleef maar happen en snappen. Ik weet niet hoe lang het duurde. Gelukkig bleef ik helder van geest. Eerst wou ik met de hond in het water van de gracht springen, in de hoop dat hij mij dan zou lossen. Maar ik bedacht dat mijn gsm dan wellicht niet meer zou werken en ik moest toch een ziekenwagen kunnen bellen. Uiteindelijk liet de eigenaar zich op de hond vallen en kon hem op die manier van mij afhouden.'
In het ziekenhuis werden vijftien beten vastgesteld over gans Rudy's lichaam. Hij toont ze een voor een: in zijn linkerpols, zijn rechterarm, twee keer rechts in zijn bil, zijn linkerenkel, rechterzij en op zijn achterste.
Rudy is anderhalve week werkonbekwaam. 'Ik zou morgenochtend met mijn vriendin op vakantie vertrekken', zegt hij gelaten.
bron: www.nieuwsblad.be